Terwijl landelijk de verkiezingsstrijd zijn hoogtepunt nadert en iedereen in Nederland zich druk maakt om zaken als hypotheekrenteaftrek, AOW-leeftijd en studiefinanciering, houdt de Leidse politiek zich bezig met de echt belangrijke zaken. Zo werd bij de raadsvergadering van gisteren avond een motie behandeld van de Partij voor de Dieren, die er voor moest zorgen dat de gemeente bij lunches en recepties geen paling meer mocht aanbieden. De paling is namelijk een bedreigde diersoort, zoals je weet.
Dit sympathieke voorstel leidde binnen de kortste keren tot grote hilariteit in de raadszaal. Begrijpelijk, want zo vaak komt het niet voor dat lokale politici hele pleidooien houden over een onderwerp als de paling. Hoewel het voortbestaan van de paling natuurlijk elke partij aan het hart ging, kwam er toch ook flink wat kritiek op de gang van zaken en de strekking van de motie.
Dick de Vos (de lokale eenmansfractie van de dierenparij) werd door de VVD het bedrijven van symboolpolitiek verweten, omdat hij zonder eerst te overleggen met de wethouder of zelfs met de catering, meteen met zijn motie was gaan zwaaien. Andere politici, waaronder een aantal D66ers, hadden vooral bezwaar tegen de beperkte inhoud van de motie. Waarom alleen de paling? Krijgen we nu elke drie weken een andere diersoort voor de kiezen?
Uiteindelijk draaide het erop uit dat de stemming, waarbij de D66 fractie verdeeld zou stemmen, werd uitgesteld tot de volgende raadsvergadering. De reden: het raadslid voor de ChristenUnie, Guido Terpstra, had inmiddels de raadszaal verlaten en de stemming eindigde in een gelijkspel. En zo eindigde de eerste 'serieuze' raadsvergadering waarbij ik als fractieassistent aanwezig mocht zijn in een anticlimax. Wel een mooi voorbeeld van hoe de nieuwe bestuursstijl van D66 er voor zorgt dat elke stem in de raad telt.
vrijdag 28 mei 2010
Abonneren op:
Reacties plaatsen (Atom)
0 reacties:
Een reactie plaatsen