De eindejaarsdrukte is toegeslagen. Met nog iets meer dan een week te gaan ren ik van de ene deadline naar de andere. Hoewel ik zowel mijn studie als mijn werkzaamheden voor D66 nog altijd reuze interessant vind en alle ervaringen voor geen goud zou willen missen, ben ik toch al stiekem aan het aftellen richting de kerst. Even een moment van bezinning om alle goede ideeen die ik de laatste maanden heb opgedaan op een rijtje te zetten, daar ben ik wel aan toe.
De afgelopen week stond (onbedoeld) in het teken van onderwijs. Zo had ik o.a. een afspraak met de directrice van de scholengroep Leonardo Da Vinci in Leiden, Frida Steenblik, om van gedachten te wisselen over het onderwerp 'regeldruk in het onderwijs'. Deze afspraak was door mij geinitieerd, omdat ik enkele maanden geleden een landelijk rapport hierover onder ogen kreeg. Landelijk gezien zorgt de overheid volgens dit rapport voor te veel regeldruk in het onderwijs en dat gaat ten koste van de kwaliteit ervan. In het rapport worden verschillende aanbevelingen gedaan aan diverse overheden, waaronder de gemeenten, en dat was voor mij reden genoeg om eens te gaan praten met Leidse betrokkenen over hoe zij dit ervaren. Onze woordvoerder Onderwijs binnen de fractie, Vahit, was zo vriendelijk om mij hierin mijn gang te laten gaan.
Uit het gesprek kwamen een aantal boeiende conclusies. Vooral op het landelijke beleid is er veel kritiek en hoewel ik daar natuurlijk weinig aan kan veranderen, was het toch interessant om hier eens met een deskundige over te praten. Volgens Frida Steenblik houdt de politiek zich al jaren te veel bezig met de 'hoe' vraag terwijl ze dat veel beter aan de instellingen zelf zouden kunnen overlaten. Het nieuwe kabinet maakt het nog veel erger door aan de ene kant te bezuinigen en aan de andere kant te roepen dat de kwaliteit omhoog moet. Dit gaat de komende jaren ongetwijfeld tot enorme problemen leiden. Overigens valt er ook op lokaal niveau wel het een en ander te verbeteren. Vooral op de versnipperde bureaucratie inzake vergunningsaanvragen voor huisvesting is veel kritiek, omdat dit tot onevenredig veel werk leidt bij de onderwijsinstellingen. Het initiatief ligt volgens Frida Steenblik noodgedwongen bij de scholen in plaats van bij de gemeente, omdat deze vaak onnodige fouten maakt. Binnenkort ga ik hier eens met wat fractiegenoten over praten.
De dag voor mijn afspraak met Frida Steenblik, was ik op uitnodiging van Professor Henk Dekker, Hoogleraar Socialisatie en Integratie, bij wie ik momenteel een cursus volg voor mijn Master Politicologie, bij een boekpresentatie over het belang van het vak Maatschappijleer. Het boek verscheen ter ere van het 40-jarig bestaan van de NVLM. De presentatie vond plaats in het pand van De Haagse Tribune, boven Dudok in Den Haag. Hoewel de presentatie erg boeiend was, vond ik de locatie eigenlijk nog veel interessanter. Ik ben erg enthousiast geworden over het initiatief van De Haagse Tribune (onderdeel van het Huis voor Democratie en Rechtsstaat) dat scholieren gratis een dag rondleidt in het centrum van de Nederlandse democratie. Ik vraag me nu af of een dergelijk initiatief ook op lokaal niveau (lees: in Leiden) zou kunnen werken. Wie weet ligt hier nog wel een mooi initiatief voor D66 in deze raadsperiode.
Al met al was het een inspirerend weekje en ik hoop aan beide onderwerpen in de toekomst een vervolg te kunnen geven (of in elk geval daaraan te mogen bijdragen). Voor nu nog een laatste week hard werken voor zowel studie als politiek en dan genieten van een weekje welverdiende rust.
donderdag 16 december 2010
vrijdag 26 november 2010
Stilstand
Dit is een column die ik schreef voor de Zwanehals, het zes keer per jaar verschijnende ledenblad van mijn studenten roeivereniging Njord.
Het conservatisme regeert weer in Den Haag en aangezien stilstand achteruitgang is, gaan we nog vier armzalige jaren tegemoet. Als het kabinet het zo lang uithoudt tenminste. Mijn vertrouwen in het onlangs aangetreden kabinet Rutte I is nihil, maar dat zal de meesten van u, gezien mijn politieke achtergrond, niet verbazen. Toch zou ik willen dat het anders was. Rutte I wordt namelijk ook wel het Leids kabinet genoemd, met dank aan het feit dat maarliefst vijf bewindslieden uit de nieuwe regering in Leiden hebben gestudeerd. Zes als we de Koningin meerekenen. Twee van hen roeiden bij Njord. En dan was de kersverse minister van Buitenlandse Zaken ook nog werkzaam als hoogleraar in Leiden, voordat hij zijn ambt innam. Kortom, het nieuwe kabinet heeft de eer van ons allen hoog te houden.
Dat stilstand geen goede zaak is, weten wij roeiers als geen ander. Met stilstaan trek je geen blikken. Niet voor niets trainen alle wedstrijdploegen zich nu al maanden het apelazerus. Zij weten dat als ze nu niet genoeg stappen zetten, ze straks in het seizoen conditie, kracht en techniek tekort komen om ook maar iets te kunnen betekenen in het wedstrijdveld. Als ze nu zouden stilstaan is het straks op de bosbaan ook alsof ze stilstaan en dat wil natuurlijk niemand. Gelukkig blijkt vooralsnog uit niets dat dit noodlot voor de huidige wedstrijdploegen is weggelegd. Ik zie dan ook uit naar de NKIR, waarop zij aan heel roeiend Nederland kunnen laten zien dat ze niet hebben stilgestaan. Als Rutte het niet doet, moeten we zelf maar de eer van Leiden verdedigen. En die van god Njord natuurlijk.
Buiten het roeien om staat de K.S.R.V. gelukkig ook allerminst stil. Er is onlangs een nieuw bestuur aangetreden met frisse ideeën. Net als bij Rutte I staan de leden van het bestuur Wabeke (I) voor de uitdaging flink te moeten bezuinigen en net als bij Rutte I presenteerden zij daarvoor harde maatregelen die misschien niet bij iedereen even populair zijn. Maar tot mijn persoonlijke tevredenheid blijkt dat, in tegenstelling tot Rutte I, bezuinigen voor Wabeke I geen doel op zich is. De bewindslieden van de K.S.R.V. beseffen maar al te goed dat er ook moet worden hervormd. En dus geen tijdelijke ongeoorloofde verhoging van contributies, maar een permanente verhoging van de bierprijs, die door de jaren heen toch al onevenredig laag was gebleven. En zo hoort het.
Hopende dat onze oud Njordleden in de regering meelezen, wil ik graag afsluiten met de volgende tip: vervang in de bovenstaande alinea het woord ‘contributies’ door het woord ‘belastingen’ en ‘bierprijs’ door ‘AOW-leeftijd’ en denk dan nog eens goed na over wat er hierboven allemaal staat geschreven. Verder wens ik zowel Rutte I als Wabeke I als alle roeiers van de K.S.R.V. veel succes toe bij het hooghouden van de eer van Leiden in (roeiend) Nederland en daarbuiten.
Het conservatisme regeert weer in Den Haag en aangezien stilstand achteruitgang is, gaan we nog vier armzalige jaren tegemoet. Als het kabinet het zo lang uithoudt tenminste. Mijn vertrouwen in het onlangs aangetreden kabinet Rutte I is nihil, maar dat zal de meesten van u, gezien mijn politieke achtergrond, niet verbazen. Toch zou ik willen dat het anders was. Rutte I wordt namelijk ook wel het Leids kabinet genoemd, met dank aan het feit dat maarliefst vijf bewindslieden uit de nieuwe regering in Leiden hebben gestudeerd. Zes als we de Koningin meerekenen. Twee van hen roeiden bij Njord. En dan was de kersverse minister van Buitenlandse Zaken ook nog werkzaam als hoogleraar in Leiden, voordat hij zijn ambt innam. Kortom, het nieuwe kabinet heeft de eer van ons allen hoog te houden.
Dat stilstand geen goede zaak is, weten wij roeiers als geen ander. Met stilstaan trek je geen blikken. Niet voor niets trainen alle wedstrijdploegen zich nu al maanden het apelazerus. Zij weten dat als ze nu niet genoeg stappen zetten, ze straks in het seizoen conditie, kracht en techniek tekort komen om ook maar iets te kunnen betekenen in het wedstrijdveld. Als ze nu zouden stilstaan is het straks op de bosbaan ook alsof ze stilstaan en dat wil natuurlijk niemand. Gelukkig blijkt vooralsnog uit niets dat dit noodlot voor de huidige wedstrijdploegen is weggelegd. Ik zie dan ook uit naar de NKIR, waarop zij aan heel roeiend Nederland kunnen laten zien dat ze niet hebben stilgestaan. Als Rutte het niet doet, moeten we zelf maar de eer van Leiden verdedigen. En die van god Njord natuurlijk.
Buiten het roeien om staat de K.S.R.V. gelukkig ook allerminst stil. Er is onlangs een nieuw bestuur aangetreden met frisse ideeën. Net als bij Rutte I staan de leden van het bestuur Wabeke (I) voor de uitdaging flink te moeten bezuinigen en net als bij Rutte I presenteerden zij daarvoor harde maatregelen die misschien niet bij iedereen even populair zijn. Maar tot mijn persoonlijke tevredenheid blijkt dat, in tegenstelling tot Rutte I, bezuinigen voor Wabeke I geen doel op zich is. De bewindslieden van de K.S.R.V. beseffen maar al te goed dat er ook moet worden hervormd. En dus geen tijdelijke ongeoorloofde verhoging van contributies, maar een permanente verhoging van de bierprijs, die door de jaren heen toch al onevenredig laag was gebleven. En zo hoort het.
Hopende dat onze oud Njordleden in de regering meelezen, wil ik graag afsluiten met de volgende tip: vervang in de bovenstaande alinea het woord ‘contributies’ door het woord ‘belastingen’ en ‘bierprijs’ door ‘AOW-leeftijd’ en denk dan nog eens goed na over wat er hierboven allemaal staat geschreven. Verder wens ik zowel Rutte I als Wabeke I als alle roeiers van de K.S.R.V. veel succes toe bij het hooghouden van de eer van Leiden in (roeiend) Nederland en daarbuiten.
Labels:
Column Zwanehals
woensdag 3 november 2010
Uit de fractie (6): Fractiedag
Op de website van D66 Leiden schrijf ik met enige regelmaat een update vanuit de fractie. Dit is het zesde deel in deze serie.
Afgelopen vrijdag stond er voor de D66 fractie een ‘fractiedag’ op het programma. Wanneer je in een keer van twee naar tien zetels groeit, is het van belang dat er zo nu en dan eens goed wordt gediscussieerd over het onderwerp ‘samenwerken’. We hebben op dit moment een diverse fractie met veel kennis en ervaring op tal van terreinen, maar hoe zorg je ervoor dat al deze krachten optimaal kunnen worden benut? Dat was de hoofdvraag waar in de loop van de fractiedag een antwoord op gevonden moest worden.
Onderwerpen als communicatie, vertrouwen, verantwoordelijkheid en loyaliteit passeerden allen de revue. De algehele opvatting over de dag was uiteindelijk dat we er sterker uitkwamen dan we erin gingen, maar dat een vervolgbijeenkomst zeker ook wenselijk is. Er is tenslotte altijd ruimte voor verbetering. De eindconclusie van deze eerste versie van de fractiedag: er mag meer tijd worden geïnvesteerd in het elkaar beter leren kennen.
De sfeer binnen de fractie was uitstekend en zoals altijd kon alles worden gezegd zonder dat de gemoederen daarbij al te hoog opliepen. Dat is van het begin af aan een van de sterke punten van deze groep geweest. Hoe erg de meningen op sommige onderwerpen ook uiteen lopen en hoe hard de discussie ook wordt gevoerd, uiteindelijk staan we allemaal dermate professioneel in onze functie dat de knop net zo makkelijk weer kan worden omgezet als iemands ongelijk is aangetoond of een meerderheid van de fractie simpelweg een andere mening is toegedaan.
En zo hoort het ook te gaan in de politiek. Weten wat je aan elkaar hebt en erop kunnen vertrouwen dat je handelt vanuit een en hetzelfde belang is daarvoor natuurlijk wel essentieel. We hebben dan ook afgesproken te blijven investeren in het verbeteren van onze onderlinge samenwerking. Alleen dan kunnen we van deze raadsperiode, als grootste partij, een succes maken. Niet alleen voor onszelf, maar voor iedereen die onze stad een warm hart toedraagt.
Afgelopen vrijdag stond er voor de D66 fractie een ‘fractiedag’ op het programma. Wanneer je in een keer van twee naar tien zetels groeit, is het van belang dat er zo nu en dan eens goed wordt gediscussieerd over het onderwerp ‘samenwerken’. We hebben op dit moment een diverse fractie met veel kennis en ervaring op tal van terreinen, maar hoe zorg je ervoor dat al deze krachten optimaal kunnen worden benut? Dat was de hoofdvraag waar in de loop van de fractiedag een antwoord op gevonden moest worden.
Onderwerpen als communicatie, vertrouwen, verantwoordelijkheid en loyaliteit passeerden allen de revue. De algehele opvatting over de dag was uiteindelijk dat we er sterker uitkwamen dan we erin gingen, maar dat een vervolgbijeenkomst zeker ook wenselijk is. Er is tenslotte altijd ruimte voor verbetering. De eindconclusie van deze eerste versie van de fractiedag: er mag meer tijd worden geïnvesteerd in het elkaar beter leren kennen.
De sfeer binnen de fractie was uitstekend en zoals altijd kon alles worden gezegd zonder dat de gemoederen daarbij al te hoog opliepen. Dat is van het begin af aan een van de sterke punten van deze groep geweest. Hoe erg de meningen op sommige onderwerpen ook uiteen lopen en hoe hard de discussie ook wordt gevoerd, uiteindelijk staan we allemaal dermate professioneel in onze functie dat de knop net zo makkelijk weer kan worden omgezet als iemands ongelijk is aangetoond of een meerderheid van de fractie simpelweg een andere mening is toegedaan.
En zo hoort het ook te gaan in de politiek. Weten wat je aan elkaar hebt en erop kunnen vertrouwen dat je handelt vanuit een en hetzelfde belang is daarvoor natuurlijk wel essentieel. We hebben dan ook afgesproken te blijven investeren in het verbeteren van onze onderlinge samenwerking. Alleen dan kunnen we van deze raadsperiode, als grootste partij, een succes maken. Niet alleen voor onszelf, maar voor iedereen die onze stad een warm hart toedraagt.
Labels:
Uit de fractie
vrijdag 8 oktober 2010
Uit de fractie (5): Samen leiden
Op de website van D66 Leiden schrijf ik elke week een update vanuit de fractie. Dit is het vijfde deel in deze serie.
In tegenstelling tot wat veel critici schijnen te geloven, is het vaak hard werken geblazen in de politiek. En die werkdruk neemt alleen maar verder toe in tijden als deze. Het zal u niet zijn ontgaan dat er veel speelt rondom het Leidse gemeentebestuur op het moment. Het vrijwel tegelijkertijd verschijnen van het eindrapport van de commissie Staal met betrekking tot de RGL en de conceptbegroting van het college van B&W, zorgde voor de nodige beroering in de raad en daarbuiten.
Binnen de fractie werd er de laatste weken dan ook veel vergaderd. Met name over de conclusies van de commissie Staal werd er soms fel gediscussieerd. De leidende vraag daarbij was: hoe kunnen wij er met deze uitkomst van het onderzoek voor zorgen dat de referendumuitslag van 2007 en de verkiezingsuitslag van 2010 alsnog zoveel mogelijk worden gehonoreerd? Het antwoord: in elk geval niet door nu zomaar de regie uit handen te geven.
Wij realiseren ons terdege dat dit een standpunt is dat momenteel lastig is uit te leggen aan de kiezer. Maar wij hopen van harte dat u zich zult realiseren dat u als tegenstander van de RGL nog altijd het best gediend bent met D66 in het college. Dat er een hoogwaardig openbaarvervoersconcept in de oost-west richting zal komen, is nu wel duidelijk. Maar waar die zal komen te liggen en hoe die zal worden gerealiseerd, staat nog allerminst vast.
Vooralsnog zien wij geen enkele reden om ons terug te trekken uit het college, zoals sommige oppositiepartijen ons maar al te graag zouden zien doen. Daarvoor staan er nog veel te veel belangen op het spel. Samen met u willen wij dit dossier nog altijd tot een goed einde brengen. Daarom gaan wij, allereerst middels een MER, opzoek naar een oplossing waar alle partijen mee kunnen instemmen. Niet voor niets draagt het huidige bestuursakkoord de titel ‘Samen Leiden’.
In tegenstelling tot wat veel critici schijnen te geloven, is het vaak hard werken geblazen in de politiek. En die werkdruk neemt alleen maar verder toe in tijden als deze. Het zal u niet zijn ontgaan dat er veel speelt rondom het Leidse gemeentebestuur op het moment. Het vrijwel tegelijkertijd verschijnen van het eindrapport van de commissie Staal met betrekking tot de RGL en de conceptbegroting van het college van B&W, zorgde voor de nodige beroering in de raad en daarbuiten.
Binnen de fractie werd er de laatste weken dan ook veel vergaderd. Met name over de conclusies van de commissie Staal werd er soms fel gediscussieerd. De leidende vraag daarbij was: hoe kunnen wij er met deze uitkomst van het onderzoek voor zorgen dat de referendumuitslag van 2007 en de verkiezingsuitslag van 2010 alsnog zoveel mogelijk worden gehonoreerd? Het antwoord: in elk geval niet door nu zomaar de regie uit handen te geven.
Wij realiseren ons terdege dat dit een standpunt is dat momenteel lastig is uit te leggen aan de kiezer. Maar wij hopen van harte dat u zich zult realiseren dat u als tegenstander van de RGL nog altijd het best gediend bent met D66 in het college. Dat er een hoogwaardig openbaarvervoersconcept in de oost-west richting zal komen, is nu wel duidelijk. Maar waar die zal komen te liggen en hoe die zal worden gerealiseerd, staat nog allerminst vast.
Vooralsnog zien wij geen enkele reden om ons terug te trekken uit het college, zoals sommige oppositiepartijen ons maar al te graag zouden zien doen. Daarvoor staan er nog veel te veel belangen op het spel. Samen met u willen wij dit dossier nog altijd tot een goed einde brengen. Daarom gaan wij, allereerst middels een MER, opzoek naar een oplossing waar alle partijen mee kunnen instemmen. Niet voor niets draagt het huidige bestuursakkoord de titel ‘Samen Leiden’.
Labels:
Uit de fractie
Abonneren op:
Berichten (Atom)